vrijdag, februari 29, 2008


Nederlandse pers over instabiele gletsjers op Antarctica


De BBC-site bracht kortgeleden een nogal verontrustend bericht over een gletsjergebied op de Zuidpool dat mogelijk instabiel aan het worden is en in zee dreigt te glijden (hier).

"If the glacier does continue to surge and discharge most of it ice into the sea, say the researchers, the Pine Island Glacier alone could raise global sea level by 25cm.

That might take decades or a century, but neighbouring glaciers are accelerating too and if the entire region were to lose its ice, the sea would rise by 1.5m worldwide."


Uit de metingen tot nu toe blijkt dat de voornaamste gletsjer in het gebied (een paar kilometer dik en een 30 kilometer breed) steeds sneller in zee begint te schuiven. De snelheid waarmee de gletsjer in zee schuift is al jaren aan het toenemen, maar 'normaal' was de toename in snelheid een 1% per jaar. Nu is het opeens een 7% geworden.

Tot nu toe werd de stijging van het zeeniveau deze eeuw meestal ingeschat als iets in de orde van een 30 tot 35 cm op basis van IPCC uitspraken. Nu heeft het IPCC dat nooit zo stellig beweerd, maar wel gesuggereerd. Het IPCC vond namelijk dat men geen voorspellingen kon doen over het ijs op Antarctica en Groenland. Deze anderhalve meter komt dus eventueel bovenop die IPCC-stijging.

De stijging in zeeniveau die Nederland kan opvangen, wordt meestal ingeschat als 1 meter per 100 jaar. Een stijging van 1,5 meter per 100 jaar zou eigenlijk niet meer op te vangen zijn. Hier ligt dus een mogelijk probleempje. Te meer ook omdat we dan veronderstellen dat het ijs op Groenland rustig blijft liggen, wat niet erg plausibel lijkt zodra het zee-ijs van de Noordpool gesmolten is (zee-ijs kaatst de straling van de zon terug, zeewater neemt die straling op in de vorm van warmte).

Al met al is dit dus een zeer verontrustend bericht. De reacties van de Nederlandse kranten op dit bericht, voorzover ik die nu gezien heb, zijn interessant en liggen in de lijn van eerdere waarnemingen. Wat hen betreft, bestaat dit nieuws gewoon niet. Zo kan ik vandaag op de voorpagina van de NRC lezen dat er in Kameroen rellen om prijzen hebben plaatsgevonden. Uiteraard belangrijk voor de doorsnee Nederlander en een stuk minder bedreigend.

Bij het nazoeken van het nieuws via Google vind ik wel deze link hier naar een ander onderzoek. (Gezocht met 'gletsjer' en 'Antarctica' over 1 maand in alleen nieuws.)

Als aan het eind van deze eeuw inderdaad net zo’n snelle zeespiegelstijging zal optreden als tijdens het Eemien, moeten de huidige schattingen worden bijgesteld. De zeespiegel zou dan namelijk tweemaal zo snel stijgen als in het meest alarmerende scenario van het nieuwe ICCP-rapport wordt aangenomen. In dit rapport wordt alleen rekening gehouden met de uitzetting van het zeewater (door de hogere temperatuur van het oppervlaktewater) en het afsmelten van de landijskappen.

Er is echter geen rekening gehouden met het ijs zelf. Dit zou bij temperatuurstijging sneller gaan 'stromen' vanaf het land naar de oceaan. Hierdoor zou meer ijs in de zeeën rondom Antarctica en Groenland smelten dan nu het geval is. De onderzoekers concluderen dat een zeespiegelstijging van 0,6-2,6 m per eeuw kan worden verwacht. Een gemiddelde van 1,6 m per eeuw is meest waarschijnlijk.


Ook dit onderzoek is qua conclusie dus nogal zorgelijk en ook dit onderzoek is verder, behalve op Kennislink.nl, niet in het nieuws van de Nederlandse pers terug te vinden. (Ik vind wel een paar links naar gespecialiseerde sites.)

Zoeken op 'zeespiegel' levert deze link naar de site van Het Laatste Nieuws in België (hier).
Bij de Groenlandse ijskap braken smeltende gletsjers de rand van het ijsplateau af, wat tot verdere opwarming en ijsverlies leidde. Als de temperatuur daar meer dan drie graden Celsius stijgt, kan het ijsplateau reeds binnen de 300 jaar afsmelten en de zeespiegel met zeven meter laten stijgen.


Gemiddeld komt dit overeen met een zeespiegelstijging van 2,3 meter per eeuw van alleen het Groenlandse ijsplateau. Samen met de 1,5 van Antarctica zou dit dan uitkomen op 3,8 meter per eeuw. Samen met de al verwachte stijging van het IPCC zou dit dan betekenen dat we ons moeten instellen op een 4 meter hoger zeeniveau op het einde van deze eeuw. Inderdaad enigszins zorgelijk.

Omdat dit een in PNAS gepubliceerd onderzoek betreft, is het uitgesloten dat bijvoorbeeld de redactie van NRC Handelsblad hiervan onkundig was. (Dit is één van de bladen die ze vast op inhoud scannen.)

Het Rode Kruis weet echter te melden dat we ons 'voorlopig' nog geen zorgen hoeven te maken (hier):
Klimaatverandering is een directe bedreiging voor honderden miljoenen mensen in de wereld die kwetsbaar zijn voor natuurrampen. De voornaamste risico’s van klimaatverandering worden de komende jaren niet zozeer gevormd door de langzame opwarming van de aarde en de stijging van de zeespiegel, maar door de toename van weersextremen.


Ook professor Pier Vellinga heeft goed nieuws (hier).
Megadijken van wel drie voetbalvelden breed moeten Nederland op korte termijn beschermen tegen het oprukkende water. De vooraanstaande hoogleraar klimaatverandering Pier Vellinga, die de regering adviseert, zal binnenkort een uitgewerkt plan met die strekking voorleggen aan de Deltacommissie onder leiding van oud-minister Cees Veerman. Het kabinet zal in september door de commissie worden ingelicht over de kustveiligheid.


De professor werpt zich wel op als klimaatdeskundige, maar is in werkelijkheid hydroloog (hier). Iemand die verstand heeft van waterbouwkunde. Dijken dus. Wat de klimaatverandering precies inhoudt, is hem nog niet helemaal duidelijk en hij is ongetwijfeld de enige niet.

Ik vind hier ook een link naar Sargasso, een website die aandacht probeert te besteden aan nieuws dat de traditionele media genegeerd hebben (hier). Interessant hier is enerzijds de manier waarop het bericht gebracht wordt "een metertje hoger" en anderzijds de 53 reacties van de lezers die wel reageren, maar van het bericht niets lijken te begrijpen (uitgezonderd 1 reactie) danwel volledig van het onderwerp afdwalen.

Tijd om tot een conclusie te komen. Het gaat hier inderdaad om behoorlijk verontrustend nieuws, lijkt me. Maar er helemaal geen aandacht aan schenken, zal natuurlijk op termijn niet echt helpen. Integendeel: op die manier gaat er veel kostbare tijd verloren, voordat men in actie komt. Maar interessant is het fenomeen wel. Het is niet leuk. Wel, dan kijken we toch gewoon de andere kant uit.


dinsdag, februari 26, 2008


Volkskrant: journalistiek foutje?


De Volkskrant wekt op 21 februari 2008 de indruk dat journaliste en biografe Anet Bleich zelf het materiaal boven water heeft gehaald waaruit blijkt dat de commissie Donner onderzoek heeft gedaan naar het aannemen van smeergeld door prins Bernhard van vliegtuigfabrikant Northrop.

Zo vermeldt de VK website:
Voor een biografie over Joop den Uyl kreeg Anet Bleich als eerste toegang tot de persoonlijke archieven van de oud-premier. Ze vond een nooit openbaar gemaakte bijlage van het rapport over de rol van prins Bernhard in de Lockheedaffaire.

Zelf heb ik de desbetreffende krant ook gelezen en ook ik verkeerde in de stellige indruk dat het om een stuk ging dat door Anet Bleich voor het eerst in de openbaarheid werd gebracht. Ik was overigens de enige niet. Femke Halsema vroeg in de Tweede Kamer, kennelijk vanuit dezelfde veronderstelling, om openbaarmaking van dit stuk (Volkskrantsite, 21/02/08, hier).

Uit een ingezonden reactie van Hugo Arlman en Gerard Mulder, gepubliceerd in de Volkskrant op 23 februari 2008, p. 15, Northrop, blijkt echter dat dit helemaal niet klopt. Een uitvoerige publicatie over die geheime bijlage verscheen al op 2 april 2005 in Vrij Nederland. Daarna vroeg en kreeg Anet Bleich van Arlman en Mulder een copie van de bijlagen. (Dit wat mij betreft, toch wel belangrijke en relevante bericht/rectificatie was, hoewel kort, niet interessant genoeg voor de Volkskrant-site. Zoeken onder 'Northrop' leverde tenminste niets op.)

Anet Bleich blijkt zelf op dit punt ook niet al te nadrukkelijk geweest te zijn. Zij vermeldt slechts via een eindnoot naar de herkomst en de eerdere publicatie in Vrij Nederland.

Kennelijk een beetje slordig gewerkt dus. Wanneer ik echter de Volkskrant van zaterdag 23 februari 2008 verder doorlees, wordt het nog gekker. Op p. 27 vind ik in een grote kleurenadvertentie van de Volkskrant collectie opnieuw het boek van Anet Bleich: Joop den Uyl -- Dromer en doordouwer. Te bestellen bij de Volkskrant.nl/webwinkel of per post bij Volkskrant lezersaanbiedingen, Postbus 120, 4780 AD Moerdijk. En dat alles voor slechts 35 euro exclusief 1,50 verzendkosten.

De Volkskrant-redactie heeft niet alleen moeite met het onderscheid tussen feit en fictie (zie mijn eerdere notitie hierover), maar ook met het belangrijke onderscheid tussen journalistiek bericht en reclame. Natuurlijk heeft de berichtgeving over het boek niets van doen met die reclame, zal de Volkskrant zeggen. Het lijkt net een dokter die enthousiast is over de pillen die hij toevallig zelf verkoopt.

En dat de berichtgeving over dat boek op een belangrijk punt helemaal niet klopte: echt, allemaal toeval. Natuurlijk. Maar is het niet beter om gewoonweg niet te schrijven over produkten die jezelf verkoopt? Maak er gerust reclame voor. Zeg in je reclame precies wat je zeggen wilt. Maar verpak het niet als redactioneel artikel.

En dat Anet Bleich dan ook nog eens journaliste blijkt te zijn bij diezelfde Volkskrant had, ook zonder dat men haar boek te koop aanbood, al voldoende moeten zijn voor een wat meer onderkoelde en terughoudende verslaggeving. Maar voor de Volkskrant zijn dat kennelijk inzichten uit de klapper Journalistiek waar men nooit aan toe is gekomen.



maandag, februari 25, 2008


Commissie Dijsselbloem: meningen zonder feiten


Volgens de parlementaire commissie Dijsselbloem gaat het niet alleen al 20 jaar slecht met het Nederlandse onderwijs, maar wordt dat onderwijs ook steeds slechter.

Voor het eerste deel van die bewering bestaat wel enige onderbouwing. Wanneer je deskundige mensen laat kijken naar de toetsresultaten van doorsnee leerlingen (vastgesteld in de PPON-onderzoeken) dan valt eigenlijk over de hele linie erg tegen wat men feitelijk kan en weet. Dat eerste deel van die bewering is dus niet omstreden als je de uitslagen in absolute zin interpreteert.

In vergelijkende zin ligt het lastiger. "De feiten zijn verder dat Nederland bij elf recente internationale peilingen elf keer in de toptien stond. Toch meent de commissie deze uitkomsten sterk te moeten relativeren -- en een eenmalige, lichte daling in de prestaties bij de vakken lezen en wiskunde uit te leggen als een neergaande trend." Aldus een ingezonden brief van Jaap Scherens, hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit Twente (vk.nl/forum) aan De Volkskrant op donderdag 21 februari 2008 (p. 12).

Het tweede deel van de bewering van de commissie Dijsselbloem (het Nederlandse onderwijs zou steeds slechter zijn geworden) wil ik graag geloven. Ook andere Nederlanders willen het tweede deel van die bewering graag geloven. Maar is er ook empirische onderbouwing?

Uit de eerdergenoemde PPON-onderzoeken blijkt die achteruitgang blijkens een recent gepubliceerd CITO-rapport in ieder geval niet.

Natuurlijk kun je redeneren dat het opleidingsniveau van de bevolking is gestegen en dat dus ook de scores in die onderzoeken omhoog hadden moeten gaan. Maar dat is vooral een redenering. Je weet niet echt zeker of het verband tussen opleidingsniveau van de ouders en de schoolprestaties van het kind op die manier moet doorwerken. Het zou kunnen, maar het zou ook niet kunnen.

De commissie is echter heel stellig in haar beweringen. Wij willen bijna allemaal de commissie graag geloven, maar de empirische onderbouwing ontbreekt. Voor de commissie en voor het grote publiek lijkt dat geen beletsel te zijn. Het is gewoon zo, omdat we vinden dat het zo moet zijn.

Het punt waar het mij hier om gaat, is niet het huidige niveau van het Nederlandse onderwijs. Het gaat mij hier om de manier waarop die conclusie kennelijk tot stand komt en ook in brede lagen van de bevolking wordt gedeeld. Er is geen empirische onderbouwing. Maar het wordt gevonden en gesteld en een groot aantal malen herhaald en dus is het zo, lijkt men te denken.

In mijn vorige notitie liet ik zien dat standpunten kennelijk vooral tot standkomen op sociale gronden in plaats van op feitelijk juiste argumenten. In een andere notitie op deze blog liet ik zien dat de Volkskrant redactie soms moeite heeft met het onderscheid tussen feit en fictie.

Deze notitie lijkt in zekere zin op die voorgaande. Men neemt stellige standpunten in, zonder dat men die fatsoenlijk met feiten kan onderbouwen en schijnt volledig niet door te hebben dat dat niet kan/niet hoort. Men komt met stellige meningen en denkt vervolgens dat dat een soort feiten zijn.

Eén van de problemen die de commissie Dijsselbloem signaleert, is de ideologische bevlogenheid. Men dramt maar door, zonder zich door feiten of het gebrek daaraan, te laten weerhouden. Maar de commissie zelf doet tenslotte precies hetzelfde. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. Het grote probleem met de onderwijspolitiek was dat men zich niets gelegen liet liggen aan de feiten. De commissie Dijsselbloen is op dat punt helaas geen uitzondering.

Interessant, maar al even verontrustend, zijn sommige reacties op het rapport. En dan doel ik dus niet op de hierboven vermelde van Jaap Scheerens die kort, duidelijk en to the point was. NRC Handelsblad (23/02/2008, Opinie & Debat, p. 15) komt met een betoog van meer dan 1 pagina De overheid moet de regie over het onderwijs hernemen om de impasse te doorbreken van Presley Bergen en Ad Verbrugge.

Ik vind het een nogal vaag en zweverig verhaal met een merkwaardige conclusie. "Alleen wanneer de overheid de regie over het onderwijs herneemt, en wel op basis van een deugdelijke en realistische kwaliteitsagenda, kan een einde worden gemaakt aan de impasse die nu dreigt." Maar de door de commissie Dijsselbloen gesignaleerde problemen ontstonden juist doordat de overheid zich intensief met het onderwijs ging bemoeien om dat onderwijs te verbeteren. Iemand maakt er een volstrekt zootje van en vervolgens doe je een klemmende oproep op diezelfde persoon nu eens echt krachtdadig te gaan optreden. Alleen een echte filosoof kan zoiets verzinnen, vrees ik. Dit soort reacties geeft dus weinig hoop voor de toekomst.

Maar dat is nog niet alles. Op pagina 19 komt de krant met een ander commentaar (meer dan een halve pagina) op de commissie Dijsselbloem: De stelling van Graham Lock: De meeste mensen kunnen ook toe met minder weten. Lock is hoogleraar politieke theorie en filosofie wat hem in de ogen van NRC Handelsblad kennelijk tot een autoriteit maakt op het gebied van onderwijs en wordt ondervraagd door Folkert Jensma. Lock komt in dit interview met de hypothese, zoals hijzelf stelt, dat een hoog percentage van de werknemers van de toekomst niet zoveel hoeft te kunnen als vroeger.

Dat is leuk bedacht, maar het slaat nergens op. Juist doorsnee mensen moeten in de moderne maatschappij steeds meer kunnen. Ook verpleegsters, verzorgend personeel, lager personeel moet voorschriften kunnen lezen en handleidingen kunnen toepassen. Dat vereist dus allemaal juist veel scholing. Een verpleegster die zich bij het toedienen van een medicijn een komma vergist, wil niemand.

Wat je dus ziet, is dat volgens het rapport van de commissie Dijsselbloem de politiek wel van alles bedacht voor en over het onderwijs maar zich aan de feiten/realiteit weinig gelegen liet liggen. Vervolgens doet de commissie zelf dapper hetzelfde. En vervolgens krijg je bladzijden lang commentaar in een krant als NRC Handelsblad dat ook weer van iedere realiteitszin verstoken lijkt te zijn. Het kwekt en kakelt allemaal vol overtuiging, maar ook als kip zonder kop.

Als je dan bedenkt, dat ook dit gekwek en gekakel uiteindelijk voor een belangrijk deel produkten zijn van ons Nederlandse onderwijs, dan is er inderdaad reden voor enige bezorgdheid, vrees ik. Maar daarmee is de vraag of het vroeger echt beter was, nog niet beantwoord.

(Bijgewerkt op 26/02/2008)


zondag, februari 17, 2008


Shell over het olietekort en de reactie van de Nederlandse pers daarop


In het Financiële Dagblad van dinsdag 12 februari (2008) staat op de voorpagina een stuk getiteld Shell somber over olietekort met daaronder de dreigende subtitel: Strijd om energie onvermijdelijk als politiek niet binnen vijf jaar maatregelen neemt. Het artikel is van Heiko Jeassayan en Jorinde Schrijver (hier).

Ik vind die kop opvallend omdat Shell tot nu toe altijd het bestaan van een olietekort ontkende. De wereld bulkte van de olie. Er was hoogstens tijdelijk even een probleempje om die olie snel genoeg uit de grond te krijgen.

Als ik het voorpagina-artikel wat beter lees samen met het bijbehorende langere artikel op pagina 3 (Shell worstelt met 'harde waarheden' voor energie tot 2050) dan is het nogal een complex verhaal voor iets dat in wezen nogal simpel lijkt. Men voert allerhande scenario's op, maar hoe dat precies zou moeten en of het iets zou uitmaken, blijft volstrekt onduidelijk. De reden dat het verhaal wat ingewikkeld gemaakt moet worden, is kennelijk dat die simpele waarheid binnen Shell nog steeds gevoelig ligt. Die gevoelige waarheid is dat er een tekort aan olie is en dat dat tekort snel groter wordt. Shell praat over een periode van 7 jaar; in 2015 zal er echt een tekort zijn en wordt het 'vechten' om de (laatste) beschikbare olie.

Dat Shell in de olie-discussie om is of bezig is om te gaan, is natuurlijk belangrijk nieuws. Uiteindelijk is Shell qua knowhow en expertise op oliewinningsgebied één van de toonaangevende bedrijven. Als zelfs zij het niet langer zien zitten, dan zegt dat het nodige.

Het merkwaardige is echter, dat dit voor de overige Nederlandse kranten geen nieuws is. Geen enkele andere krant, anders dan het FD en het Nederlands Dagblad besteden aan dit bericht aandacht. RTL meldt het bericht wel in een uitzending van RTLZ (hier). Kennelijk vinden de landelijke Nederlandse kranten het geen 'leuk' bericht en schrijven ze de 'kostbare' ruimte liever vol over belangwekkender onderwerpen zoals wel of niet hoofddoekjes toestaan.

Op Internet trekt het bericht echter wel de nodige aandacht. Via Google vind ik op Internet meer dan 8000 links. Veel van die links leveren alleen het bericht, b.v. hier en hier. Veel andere links leveren commentaar. Soms in de trant van 'dat hele olietekort is onzin' (hier), som in de trant van 'het is nu tijd om over te schakelen op alternatieve energiebronnen', b.v. hier. Op fok.nl leverde het bericht al 105 reacties (hier).

Is de situatie echt zo dreigend als Shell suggereert? Buiten Shell blijkt een tijdje eerder ook al het IEA (International Energy Agency) gewaarschuwd te hebben voor een dreigend tekort. Het IEA verwacht dat in 2015 de olieproduktie piekt (hier) en vervolgens afneemt.
In stark contrast with the Reference Scenario, OECD oil imports level off by around 2015 and then begin to fall.


Het IEA nam iets eerder echter een belangrijk ander standpunt in:
The world’s energy resources are adequate to meet the projected growth in energy demand in the Reference Scenario. Global oil reserves today exceed the cumulative projected production between now and 2030, but reserves will need to be “proved up” in order to avoid a peak in production before the end of the projection period. Exploration will undoubtedly be stepped up to ensure this happens. (hier)

Hier wordt dus gesuggereerd dat de piek in de wereldolie-productie pas na 2030 zal komen. In de passage daarboven is dat opeens 2015 geworden. Het ene citaat stamt uit World Energy Outlook 2005 Edition, het andere uit World Energy Outlook 2006 Edition. In een jaar tijd heeft het IEA haar schatting van het peakoil-moment met 15 jaar bijgesteld. De waarde van die voorspellingen is dus nogal twijfelachtig.

Ook de voorspelling van Shell geeft te denken. Eerst komt het IEA met een sterk bijgestelde verwachting. Vervolgens volgt Shell een paar maanden later. Maar is een termijn van 7 jaar niet wat erg kort voor een mondiale oliemaatschappij? Was het echt niet mogelijk om iets eerder te zien aankomen dat het met de olieproductie ging wringen? Kennelijk heeft men uit alle macht het dreigende probleem collectief onder de tafel geschoffeld. Een reactie die dus lijkt op die van de Nederlandse pers. Onaangenaam nieuws negeren we. Wat ons betreft, is het er gewoon niet. Bij de IEA en Shell zien we vervolgens dat tenslotte dat negeren spaak loopt. Op een gegeven moment kun je de werkelijkheid die zich steeds nadrukkelijker opdringt, niet langer negeren en slaat het standpunt in korte tijd om. En zodra dan een autoriteit als de IEA overstag gaat, durven ook de lagere goden te volgen.

Met andere woorden: informatieverwerking door mensen is niet rationeel, maar sociaal. Niet de argumenten geven de doorslag, maar wat de leiders van de groep beweren. Over een tijdje volgen de kranten en mag er opeens wel over het tekort aan olie geschreven worden.


maandag, februari 11, 2008


Cosmopolitan over depressies



Ik krijg via een gratis abonnement de Cosmopolitan van maart 2008 in handen. Een andere dus dan hierboven staat. Op de omslag Katherine Heighl tegen een witte achtergrond: flitsend! De inhoud valt me tegen. Wat plaatjes. Onbenullige tekstjes. Ik hou van mooie foto's, maar dit zijn meer wat plaatjes. De opmaak is druk. Te druk wat mij betreft. De thema's zijn: uiterlijk, kleding, seks, relaties. Net alsof moderne vrouwen verder geen enkele interesse hebben. Kortom: een onbenullig blad.

Bladzijde 104 en 105 zijn uitgetrokken voor een artikel van Fleur Baxmeier: Dip of depressie? Omdat een groot deel van Nederland ieder jaar naar hulpverleners holt om zijn dip of depressie te laten behandelen, is de informatie in zo'n artikel wel belangrijk. Hoewel het artikel 2 bladzijden heeft gekregen, gaat slechts ongeveer 1/6 over wat je eraan kunt doen. En op veel punten klopt die informatie niet of is ze misleidend.

1. Allereerst wordt beweerd dat een tekort aan serotonine of noradrenaline in de hersenen een depressie kan veroorzaken. Dat is wat de farmaceutische industrie ons wil laten geloven. Maar het is niet aangetoond en vermoedelijk ook niet erg waarschijnlijk.

2. Verdrietige zaken uit het verleden kunnen natuurlijk leiden tot een dip. Maar die gaat voorbij. Gebeurtenissen uit het verleden kunnen dus normaal niet een (langerdurende) depressie verklaren. We zoeken graag naar zo'n soort oorzaak, maar het is onzin. Het artikel stelt echter precies het tegenovergestelde en verlevendigt dat zelfs met een voorbeeld: de ouders van Charlotte waren er ''bijna nooit" en daardoor...

3. Als een lichte depressie in een vroeg stadium wordt herkend en behandeld zou worden, zou de kans groot zijn dat men er voorgoed vanaf is, anders zou de depressie chronisch kunnen worden. Ik denk dat dat in zijn algemeenheid onzin is. Iemand die een depressie krijgt, krijgt gemakkelijk een volgende. Het depressieve gedrag is een soort gewoonte geworden. De enige behandeling waarvoor dit misschien niet geldt, is cognitieve gedragstherapie. Maar dat is niet iets dat de behandelaar moet doen, maar dat de persoon zelf moet doen. En ook voor cognitieve gedragstherapie is er bij mijn weten nog geen onderzoek waaruit de effectiviteit op zeer lange termijn blijkt. In ieder geval vermeldt het artikel geen onderzoek of bron (anders dan psychologe Chiara Bijl) voor die toch wel stevige claim. Ik denk dat Chiara deze 'wijsheid' bedacht heeft om mensen vooral aan te sporen toch snel hulp te zoeken bijvoorbeeld bij haar. Op die manier trek je klanten.

4. "Het is verstandig om in beweging te komen," zegt Chiara. Ja, maar zo'n aanbeveling mag wel iets uitgewerkter. Het is de bedoeling dat mensen liefst stevig gaan wandelen of nog beter: rennen. Maar dat is niet iets dat mensen gemakkelijk gaan doen en zeker niet als ze in een dip zitten. Ik denk niet dat veel lezers zich realiseren dat ze eigenlijk stevig moeten gaan trainen om uit de dip te komen, met alleen zo'n korte suggestie.

5. "Het is prima om even aan je depressieve gevoelens toe te geven en uit te huilen, maar sluit jezelf niet dagen achter elkaar op." Het eerste deel van deze aanbeveling klopt niet. Omdat je toegeeft aan die depressieve gevoelens, roep je ze daarna nog gemakkelijker opnieuw op. Dit is dus gewoon een slecht advies.

6. Lichttherapie zou een goede manier zijn om weer in balans te komen. Lichttherapie werkt net als pillen maar bij een heel klein percentage van alle mensen. Dit laatste wordt er niet bij vermeld.

7. Hulp zoeken bij de huisarts. Anti-depressiva laten voorschrijven. Anti-depressiva werken vermoedelijk slechts bij 5 % van de bevolking. Ook dit is dus geen goed advies.

8. Therapie in combinatie met pillen zou soms het beste werken. Dat is erg vaag. Therapie kan van alles en nog wat inhouden. Pillen zijn weinig effectief. Ook met dit advies valt dus weinig te beginnen.

Er zijn een paar remedies/''behandelingen'' bekend die vaak effectief zijn voorzover ik weet. Maar die paar worden niet duidelijk vermeld. Het zijn:
1. cognitieve gedragstherapie (eventueel in de vorm van een boek of via internet);
2. regelmatig stevig wandelen en/of joggen; eventueel conditietraining o.i.d. of stevig fietsen;
3. visolie slikken.

Waarom deze notitie op deze communicatieblog? Ik heb ergens het onuitroeibare idee dat zo'n artikel eigenlijk zou moeten kloppen. Wat er in beweerd wordt, moet ook zo zijn. In werkelijkheid gaat het dus heel anders. Dat blad moet vol. Verder moeten de stukjes wat aansluiten bij de kennis van de lezers. Als lezer wil je immers graag horen dat wat je al dacht te weten, inderdaad zo is. Voor een blad als Cosmopolitan is het dus op termijn een handige strategie op precies te beweren, wat de lezers al dachten. Dat geldt niet alleen voor Cosmopolitan, maar vermoedelijk voor vrijwel ieder blad.

Dan is er nog een andere factor. De journalist of redacteur moet vaak snel en onder tijdsdruk werken. Het verhaal moet af. Het nummer moet de deur uit. In die situatie heb je dus ook geen tijd je echt te verdiepen in zo'n onderwerp. Je sluit dus het liefst aan bij het verhaal dat jezelf al min of meer klaar hebt en dat ook het verhaal van anderen is. Dat werkt snel en simpel. Bovendien val je je lezerspubliek op die manier niet lastig met allerhande nieuwe informatie.

Er zijn dus twee belangrijke factoren die het verhaal sturen: het beschikbare informatie-aanbod en wat de lezers er van denken te weten. Dat het in werkelijkheid misschien net even anders ligt, is dan jammer voor de enkeling die beter weet.


zondag, februari 10, 2008


James Hansen over zeespiegelstijging door poolijs


In een notitie (hier) maakte ik op grond van de sinds kort bekende gegevens een eenvoudig modelletje om een mogelijk idee te krijgen van de termijn waarop Nederland onderloopt. Het model gaat uit van de bekende zeespiegelstijging door het smelten van poolijs en van de tijd waarin deze stijging verdubbelt. In totaal stijgt de zeespiegel momenteel ongeveer 1 mm per jaar door smeltend poolijs (waaronder ook Groenland-ijs) en verdubbelt het tempo iedere 10 jaar. Op basis van die gegevens en uitgaande van een exponentieel verband wordt dan duidelijk dat we ver voor 2100 het niet langer kunnen bolwerken. (Het niveau van zeespiegelstijging dat we volgens verschillende mensen aankunnen is ongeveer 1,5 meter.) Het model was door mij vooral bedoeld om iets te kunnen zeggen op grond van wat we nu weten. Niets als precieze voorspelling dus, meer om een idee te krijgen van de termijnen waar we mogelijk in moeten denken.

In NRC Handelsblad (10 februari 2008, p. 16, Brieven, Moderne grootheidswaanzin 2.) lees ik nu in een ingezonden en gepubliceerde (!) brief van Willem Hoogendijk (Stichting Aarde) dat volgens de laatste onderzoeken de zeespiegel een 25 meter zal stijgen en veel sneller dan eerst werd aangenomen. Hij baseert zich op een recent artikel van James Hansen. In feite is dat een soort kleine doorbraak, want NRC Handelsblad houdt niet van dit soort verontrustende informatie.

Ik zoek vervolgens het artikel op van Hansen. Hansen is een van de eerste wetenschappers die begon met klimaatmodellen en wordt op dit gebied gezien als toonaangevend. Verder neemt hij geen blad voor de mond waardoor hij een tijd lang vrijwel volledig werd uitgesloten van overheidssubsidies voor onderzoek. Ondanks die problemen heeft hij zich niet gewonnen gegeven.

Wat zegt Hansen? Wel, in grote lijnen beweert hij 2 zaken. Het eerste punt is 'Reticence'. Wetenschappers en ook het IPCC laten nooit het achterste van hun tong zien. Ze houden zich in. Ze praten in een academische stijl waarin het gebruikelijk is dat je slagen om de arm houdt en waarin je dingen wat gecamoufleerder stelt. Voor het grote publiek is dan vaak niet duidelijk, wat er precies speelt. Iets soortgelijks stelde ik ook al. Het IPCC doet bij voorbeeld haar uitspraken over de stijging van het zeeniveau onder de beperking dat daarin niet de smelt van de polaire ijskappen is verwerkt. Als beetje wetenschapper weet je dan onmiddellijk: hmmm, wat vreemd, waarom niet, wat is er met die ijskappen? Maar journalisten lezen daar gemakshalve overheen. Oh, die smelt van de ijskappen doet er dus kennelijk niet toe. Nee, sukkeltjes. Eerst leren lezen!

Die opwarming heeft zulke kolossale gevolgen dat Hansen vindt dat we ons die 'reticence' in dit geval niet langer kunnen veroorloven. Als wetenschappers hebben we de morele plicht te waarschuwen nu het nog kan. In mijn vorige notitie hierover op deze blog stelde ik dat de opwarming primair een communicatieprobleem is. We hebben de technieken, we hebben de kennis, maar we komen niet in beweging.

Het tweede punt van Hansen is echter, waar het mij hier eigenlijk om gaat. Hansen probeert op basis van wat wij nu weten een idee te krijgen van de zeespiegelstijging door het smelten van de 2 poolkappen (Groenland en Antarctica). Allereerst laat hij dan zien dat de toegenomen opwarming van de Aarde door broeikasgassen voldoende is om het zeeniveau ieder jaar 1 meter te doen stijgen tot de poolkappen volledig gesmolten zijn. In werkelijkheid gaat natuurlijk niet alle extra warmte zondermeer naar de poolkappen.

Het model waar hij dan tenslotte op uitkomt, beschrijft hij zo:
"... let us say that the ice sheet contribution is 1 cm for the decade 2005–15 and that it doubles each decade until the West Antarctic ice sheet is largely depleted. That time constant yields a sea level rise of the order of 5 m this century. Of course I cannot prove that my choice of a ten-year doubling time for nonlinear response is accurate, but I am confident that it provides a far better estimate than a linear response for the ice sheet component of sea level rise under BAU forcing."

Met andere woorden: hij komt op precies hetzelfde model uit. Ik moet wel toegeven dat Hansen een stuk eerder was (23/03/2007) en bovendien is het bij hem een echte publicatie/artikel, wat natuurlijk ontzettend veel meer werk is dan een populair blogje. Eigenlijk moet ik dus zeggen: ik ben op precies hetzelfde model uitgekomen als hij. Echt vreselijk bijzonder is dat nu ook weer niet, omdat zo'n exponentieel model zich natuurlijk min of meer opdringt, in dit geval.

Door het zoeken naar het artikel van Hansen kwam ik ook nog terecht op AFSMUK, de weblog van Jonathan van het Reve. En dat is dan wel weer eens verfrissend. Jonathan houdt er een totaal andere opinie op na en windt zich op over een brief van Hansen waarin die tegen de aanleg van een kolencentrale protesteert.

"Die brief gaat over erfrecht, maar Hansen interpreteert dat, in zijn waanzin, als een waarschuwing dat wij geen fossiele brandstoffen mogen gebruiken. En natuurlijk sluit hij af met de tikkende klok:

There is still time to avert the most dramatic climate effects, if we promptly begin to address both CO2 and non-CO2 climate forcings. But just barely.

Deze brief heeft niks met wetenschap te maken. Dit is iemand die wild om zich heen begint te schieten op het moment dat iemand hem op zijn fouten wijst."


Ik kon het niet nalaten hierop te reageren:
De link naar de brief werkt niet (meer).

Waarom zo schelden op James Hansen? Is de boodschap te bedreigend?

Wat voor geniale methode heb je stiekum al bedacht om het temperatuureffect van die CO2 te compenseren? Of laat je dat liever over aan anderen?


Het idee om Hansen van waanzin te beschuldigen, vind ik wel vermakelijk. Ik heb natuurlijk de nodige wetenschappelijke artikelen mogen lezen in mijn leven, maar ik ben zelden iemand tegengekomen die zo precies iedere stap kan documenteren, die zo feitelijk schrijft als Hansen. En dan is hij op zijn gebied ook nog eens de erkende expert!

Toch verschil ik op een belangrijk punt van mening met Hansen. Hansen denkt dat er nog tijd is om deze gigantische ramp te voorkomen. Maar hij is natuurkundige en weet veel van klimaatmodellen. Ik ben psycholoog en weet dus iets meer van mensen en menselijk gedrag. En dan denk ik dat hij op dit punt niet-realistisch is. Kijk naar zaken als de AIDS-bestrijding, het omgaan met drugs, etc. Zelfs als we nu zouden stoppen met het uitstoten van CO2 door het verbranden van fossiele brandstoffen dan nog zou de opwarming meer dan 100 jaar doorgaan. Maar dat is een fysisch argument. Om al die miljarden aardbewoners zo ver te krijgen dat ze geen fossiele brandstoffen meer verbranden, iets dat hun op korte termijn een duidelijk voordeel oplevert, lukt je in nog geen 1000 jaar. Vergeet het maar, James. Sorry.


maandag, februari 04, 2008


Meer misleidende antidepressiva reclame


In mijn vorige notitie op deze blog liet ik zien dat een ogenschijnlijk opiniërend artikel in De Volkskrant in feite alleen misleidende reclame vormde voor het gebruik van antidepressiva door kinderen zonder feitelijke onderbouwing. Vervolgens vond ik nog een soortgelijke affaire, nu zo mogelijk nog stuitender en verontrustender.

PERSBERICHT ARGOS, 7 DECEMBER 2007

Studie naar zelfmoorden in Nederland en de VS “misleidend”

Zelfmoord onder jongeren toch niet gestegen

De conclusies van een wetenschappelijk artikel dat het aantal zelfmoorden onder Nederlandse jongeren met 49 procent zou zijn gestegen door het minder voorschrijven van anti-depressiva, klopt niet. In het septembernummer van het American Journal of Psychiatry werd dit beweerd. Die conclusies zijn “misleidend” en “gevaarlijk” zeggen deskundigen vandaag in het radioprogramma Argos (Vpro/Vara, Radio 1). Een van de auteurs van het artikel distantieert zich in Argos van zijn eigen verhaal.

Uit eerdere studies is gebleken dat anti-depressiva bij jongeren niet beter werken dan een nep-pil en een verhoogde kans geven op suicide. Sindsdien zijn er in de VS en in Europa ernstige waarschuwingen afgegeven om de pillen niet langer voor te schrijven aan jongeren. Die waarschuwingen hebben geleid tot een toename van het aantal zelfmoorden, schrijven de auteurs van het artikel in het American Journal of Psychiatry. Een van hen, farmaco-epidemioloog Ron Herings, zegt nu in Argos het te betreuren dat hij zijn handtekening onder het artikel heeft gezet.

Ron Herings, directeur van het PHARMO-instituut in Utrecht, berekende dat het aantal voorschriften voor anti-depressiva aan Nederlandse jongeren sterk is afgenomen tussen 2003 en 2005. In dezelfde periode zou het aantal zelfmoorden onder jongeren zijn gestegen. Herings baseert zijn conclusies op cijfers van het CBS. Maar het CBS zelf zegt geen enkele stijging te hebben waargenomen.

“In de grafiek zie ik geen toename van het aantal zelfmoorden onder jongeren” , zegt Jelke Bethlehem in Argos, “laat staan dat ik eruit kan afleiden dat dat verklaard wordt door minder voorschrijven van antidepressiva.” Bethlehem is verbonden aan het CBS en hoogleraar methodologie aan de Universiteit van Amsterdam. De conclusies van het artikel in het American Journal of Psychiatry moeten volgens hem niet serieus worden genomen. De Groningse hoogleraar farmaco-epidemiologie Lolkje de Jong sluit zich aan bij deze kritiek.

Door Argos geconfronteerd met de laatste zelfmoordcijfers van het CBS is onderzoeker Ron Herings nu zelf ook gaan twijfelen aan zijn resultaten. De CBS-cijfers laten een daling zien van het aantal zelfmoorden onder jongeren. Herings: “Het onderzoek gaat met vallen en opstaan. Misschien zijn wij nu wel gevallen en moeten we de volgende keer weer opstaan”.

In de Nederlands-Amerikaanse studie, die deels is betaald door het farmaceutische bedrijf Pfizer, is ook gekeken naar het aantal zelfmoorden in de Verenigde Staten. De auteurs voorspellen dat 3.040 Amerikaanse jongeren volgend jaar zelfmoord zullen plegen als zij geen medicijnen krijgen tegen depressie. Onderzoeker Ron Herings distantieert zich nu van die uitspraak. “Die conclusie kan eigenlijk niet worden getrokken uit het onderzoek”, zegt hij in Argos. “De conclusie is onjuist, het is bangmakerij.”

Argos ontdekte dat onderzoeker Ron Herings de richtlijnen van het American Journal of Psychiatry heeft geschonden door zijn banden met de farmaceutische industrie niet op te geven aan de redactie van het tijdschrift. “Dat is me ontglipt,” zegt Herings daar nu over. Herings deed vorig jaar nog onderzoek in opdracht van Pfizer en GlaxoSmithKlein, twee van de grootste producenten van anti-depressiva.

Kinderpsychiater Mirjam Rinne noemt het onderzoek in het American Journal of Psychiatry in Argos “misleidend” en “gevaarlijk”. Rinne: “Deze artikelen worden over de hele wereld gelezen, dus die hebben een grote impact. De farmaceutische industrie is zich daar ook goed van bewust, en daarom proberen ze invloed uit te oefenen op het verschijnen van dit soort artikelen. Er worden miljoenen recepten voor anti-depressiva uitgeschreven aan minderjarigen, dus het gaat om enorme inkomsten en enorme inkomstendervingen als er minder pillen worden voorgeschreven. Dat is de motor achter dit soort artikelen en niet het welbevinden van de kinderen.”

Volgens de laatste cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen krijgen 8.500 Nederlandse jongeren anti-depressiva voorgeschreven, 700 meer dan vorig jaar. Twee tot drie op de honderd jonge gebruikers worden suicidaal van deze medicijnen. Vandaag verschijnt in het Geneesmiddelenbulletin een kritisch artikel over het onderzoek in het American Journal of Psychiatry.
------------------------------------------------------------------------------------------------
ARGOS wordt elke woensdag en vrijdag van 10:00–10:30 uitgezonden op Radio 1. De programma’s zijn online te beluisteren via www.ochtenden.nl.
Argos is een co-productie van Vpro en Vara.

Bovenstaande persbericht heb ik integraal overgenomen en vond ik door een ingezonden brief in NRC Handelsblad van 3 februari 2008, Wetenschap & Onderwijs, p. 30, rubriek: Brieven. Ik neem ook deze brief integraal over.

Knip- & plakwerk
In de rubriek Ophef (W&O, 19 januari 2008) wordt onder de kop 'Vervelend knipwerk' de redactie van het radioprogramma Argos (VPRO/VARA) door farmaco-epidemioloog Ron Herings beschuldigd van "vervelend knip- en plakwerk". Op 7 december 2007 zonden wij een kritisch programma uit over een studie naar antidepressiva en zelfmoord onder jongeren, onder meer uitgevoerd door Herings. In onze uitzending geeft Herings toe dat hij de richtlijnen heeft geschonden van het American Journal of Psychiatry, het tijdschrift waarin zijn artikel is gepubliceerd. Bovendien distantieert hij zich van de voornaamste conclusies van zijn eigen onderzoek. Dat de onderzoeker nu beweert dat wij die uitspraken via knip- en plakwerk hebben geconstrueerd is een forse beschuldiging. Daarom is het des te kwalijker dat de auteur van het NRC-artikel niet de moeite heeft genomen om ons om wederhoor te vragen. We hadden het ongemonteerde interview kunnen laten horen, waarna hij had kunnen vaststellen dat Herings ferme woorden feitelijke grond missen.
Jair Stein en Gerard Legebeke
Redacteur en eindredacteur van Argos

In de weblogs van Trouw (hier) vind ik de volgende blog van Gigi Schuiten die ik zo vrij ben hier volledig over te nemen.

Was het maar de nieuwste Grisham
Gegoochel met statistieken. Een artikel in een invloedrijk tijdschrift met daarin een misleidende – en voor jongeren potentieel levensgevaarlijke – conclusie ten gunste van farmaceutische bedrijven. Het klinkt als de nieuwste John Grisham, maar het kwam vorige week allemaal boven tafel tijdens het radioprogramma Argos, een coproductie van de VPRO en de VARA. Journalist Jair Stein legt Ron Herings, farmaco-epidemioloog en directeur van PHARMO-instituut in Utrecht, zo het vuur aan de schenen, dat die de bandrecorder meermalen stopt en uiteindelijk bekent: „De conclusie is onjuist, het is bangmakerij."

Stein blijft uiterst rustig en beheerst tijdens het interview. Toch is daaronder zijn opwinding haast voelbaar - vanaf het eerste moment is duidelijk dat er sensationele onthullingen in het verschiet liggen. Herings daartegen klinkt nerveus, en daartoe heeft hij alle reden want erg fraai komt de directeur van het onafhankelijke onderzoeksinstituut in dit spannende half uurtje radio niet naar voren.
Voor het gewraakte artikel, dat in september werd gepubliceerd in American Journal of Psychiatry, berekende Herings dat het aantal uitgeschreven recepten voor antidepressiva aan Nederlandse jongeren sterk is afgenomen tussen 2003 en 2005. In dezelfde periode zou het aantal zelfmoorden onder jongeren zijn gestegen. De farmaco-epidemioloog concludeert samen met zijn coauteurs dat het aantal zelfmoorden onder jongeren sinds 2003 fors is toegenomen door het minder voorschrijven van antidepressiva.

Kans op zelfmoord juist groter
Een opmerkelijke conclusie want sinds het begin van deze eeuw komt uit andere onderzoeken steeds sterker naar voren dat de werkzame stof in antidepressiva de kans op zelfdoding onder jongeren juist verhoogt. Twee tot drie op de honderd jonge gebruikers schijnen suïcidaal te worden van deze medicijnen. Zowel in Europa als in de Verenigde Staten heeft dit geleid tot adviezen deze middelen niet aan kinderen en jongeren voor te schrijven. Met de door Herings al vastgestelde sterke daling van het gebruik ten gevolg.

Geen stijging zelfmoorden
De onderzoeker baseert zijn uitkomsten op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Maar het CBS zelf zegt geen significante stijging van jeugdige zelfmoordenaars te hebben waargenomen. De meest recente cijfers laten zelfs een daling van 13 zelfmoorden in 2005 naar 4 in 2006 zien – cijfers die door Herings om onduidelijke redenen niet zijn meegenomen in het recent gepubliceerde onderzoek. Daarmee geconfronteerd, zegt hij op verdedigend, nonchalante toon: „Onderzoek gaat met vallen en opstaan. Misschien zijn wij nu wel gevallen en moeten we de volgende keer weer opstaan."

Conclusie is onjuist
In de studie is ook gekeken naar het aantal zelfmoorden in de Verenigde Staten. De auteurs voorspellen dat 3.040 Amerikaanse jongeren volgend jaar zelfmoord zullen plegen als zij geen medicijnen tegen depressie krijgen. Op de kritische vragen over die cijfers en verbanden, heeft Herings geen bevredigenden antwoorden. „Die conclusie kan eigenlijk niet worden getrokken uit het onderzoek", geeft hij uiteindelijk toe. „De conclusie is onjuist, het is bangmakerij."

"Dat is me ontglipt"
Deze Nederlands-Amerikaanse studie is deels betaald door het farmaceutische bedrijf Pfizer. Herings deed vorig jaar nog onderzoek in opdracht van Pfizer en GlaxoSmithKlein, twee van de grootste producenten van antidepressiva. Gevraagd waarom hij die mogelijke belangenverstrengeling niet (zoals de richtlijnen voorschrijven) heeft vermeld in het artikel, zegt de directeur van PHARMO-instituut doodleuk: „Dat is me ontglipt."

Misdadig
Ook in de vervolguitzending van Argos over het schandaal rond het onderzoek over het effect van antidepressiva op jongeren, komt weer naar voren dat de farmaceutische industrie al sinds jaren weet, dat deze middelen net zoveel effect op kinderen hebben als een neppil, en dat een verhoogd risco op zelfmoord een belangrijke bijwerking is.
SP-tweede kamerlid Agnes Kant, een van de gesprekspartners van journalist Jair Stein in deze follow-up van zijn reportage van 7 december, vertelt over een eerder onderzoek dat in 2001 door de farmaceutische industrie werd betaald. Daarin word het verband tussen een stijging van zelfmoord onder jongeren en het gebruik van antidepressiva al aangetoond, maar het belandde „in de kluis van de farmaceutische industrie.″ Kant pleit ervoor aan dergelijke onderzoeken een publicatieplicht te koppelen en noemt het achterhouden van de kennis dat een geneesmiddel kinderen meer schaadt dan baat 'misdadig'.

Miljoenen
De industrie is ondertussen zeer gebaat bij misleidende onderzoeksresultaten als die Ron Herings en zijn medeauteurs publiceerden, want in anti-depressiepillen voor jongeren gaan wereldwijd miljoenen om. Hoe meer artsen en specialisten geloven dat zelfmoorden niet af- maar toenemen als aan kinderen geen antidepressiva wordt voorgeschreven, hoe meer en makkelijker er na jarenlange terughoudendheid - en daling van het aantal voorschriften - weer recepten worden uitgeschreven. Dat betekent domweg kassa voor de industrie. En wat is nou een kinderleven meer of minder op zulke bedragen?

Lakoniek over beroepsethiek
Was dit maar de nieuwste John Grisham. Deze kan ik niet terzijde leggen noch me verlustigen in de nog maagdelijke bladzijden die naar het onvermijdelijke happy end leiden. In plaats daarvan breek ik mijn slapeloze hoofd over een heleboel vragen waarop ik geen antwoorden vind. Hoe kan een directeur van een onafhankelijk onderzoeksinstituut zijn beroepsethiek zo met de voeten treden, en daar zo laconiek over doen? En blijft dat onbestraft? Waarom controleert de redactie van zo’n toonaangevend, wereldwijd gelezen vakblad de mogelijke belangenverstrengelingen van zijn auteurs niet zelf? Waarom publiceert dit blad eind 2007 een onderzoek waarin de data van 2006 niet is meegenomen, terwijl er wel een potentieel levensgevaarlijke – en naar nu blijkt uit de lucht gegrepen - prognose voor 2008 in staat? Waarom levert een search op Google geen enkele link naar een recent, Nederlands krantenartikel over dit onderwerp op? Waarom is de kap van de Anne Frank-boom al wekenlang voorpaginanieuws en verdwijnt dit onder het tapijt? Hoever reikt de invloed van de farmaceutische industrie eigenlijk?

Bij die laatste vraag sluit ik me graag aan. Wie betaalt, die bepaalt. In dit geval lijkt echter de farmaceutische industrie te bepalen en geen enkele methode, hoe misleidend ook, te schuwen. De burger betaalt echter, via de ziektekostenverzekering, en mag ook nog overbodige en gevaarlijke medicijnen slikken. Een kwalijke en onwenselijke situatie.



Peter Moleman in de Volkskrant over antidepressiva bij kinderen


In mijn laatste notitie over antidepressiva (hier) werd duidelijk dat het effect van antidepressiva tot nu toe (20% vaker een duidelijke verbetering dan bij de placebo-groep) in werkelijkheid voor een groot deel het resultaat is van selectief publiceren. De slechte uitkomsten (geen effect) werden niet gepubliceerd, de goede (een significant verschil) wel. In werkelijkheid hebben antidepressiva wel effect, maar een uiterst klein. Mogelijk heeft slechts 5% van de gebruikers er ten opzichte van de placebo-groep baat bij. In totaal moeten dan dus 100 mensen antidepressiva slikken om te zorgen dat 5 zich duidelijk beter gaan voelen dan wanneer we iedereen een foppil zouden voorschrijven. Omdat antidepressiva soms nog al bijwerkingen hebben en op de lange termijn vermoedelijk ook niet onschadelijk zijn, is dat nogal een teleurstellend resultaat. Te meer ook omdat die antidepressiva jarenlang aan een groot deel van de bevolking zijn voorgeschreven.

Gezien zulke uitkomsten zou je zulke pillen dus helemaal niet voorschrijven aan kinderen. Een extra reden daarvoor zou nog kunnen zijn dat antidepressiva bij kinderen soms gevolgd worden door zelfmoord of gedachten daaraan. Zo hebben in de VS en Engeland in dit verband de autoriteiten gewaarschuwd voor het gebruik van ssri's (een groep antidepressiva) door kinderen. Het zijn dus officiële instanties die hiertegen waarschuwen.

Op 29 januari 2008 publiceert De Volkskrant een groot artikel (ongeveer 1/4 pagina) van Peter Moleman, hoogleraar psychopathologie in Nijmegen en tevens directeur van Moleman Psychofarmacologie, over dit onderwerp (p. 12). Het artikel heeft een kop over de volle breedte van de pagina: Antidepressiva voorkomen juist suïcide. De lead luidt als volgt:
"Veel kinderen hebben een antidepressivum nodig, maar krijgen dat niet omdat het de kans op zelfmoord zou vergroten. Ten onrechte, zegt Peter Moleman."

Wel, dat is een standpunt dat sterkt afwijkt van de eerdere informatie die ik vond, maar misschien heeft Moleman wel goede argumenten. Je mag nooit bij voorbaat veronderstellen dat iemand ongelijk heeft. Ik lees dus het artikel met de nodige belangstelling.

Allereerst zegt Moleman: "Er heerst een ernstig misverstand: antidepressiva zouden de kans op zelfmoord bij kinderen vergroten en bovendien niet werken. Die mening is in geschriften voor professionals en niet-professionals en op websites overgenomen. Het tegendeel is waar. Hoe is dit misverstand in de wereld gekomen?"

Ho, ho, Peter. Niet zo snel. Bijna iedereen denkt ondertussen dat die middelen niet werken en voor kinderen ook nog eens de kans op zelfmoord vergroten. Hoe kun jij er dan zo zeker van zijn dat het niet zo is? Waar is je onderzoek? Naar welk onderzoek verwijs je? Waar zijn je gegevens? Je bent toch hoogleraar? Dan is dit toch niet zo'n vreemde vraag, hoop ik?

Ik loop dus snel door het artikel heen op zoek naar dat nog niet algemeen bekende onderzoek van professor Piet Moleman uit Nijmegen. Wel, in het artikel staat op geen enkele manier een verwijzing naar eigen onderzoek of naar onderzoek van anderen waaruit zou kunnen blijken dat het hier echt om een misverstand gaat. Peter kwaakt heel hard dat het een misverstand is, maar hij heeft kennelijk geen onderzoek om dat hard te maken.

Dat is natuurlijk een beetje zwak. Je bent nota bene hoogleraar. Je claimt dat iedereen zich vreselijk vergist inclusief de vakgenoten en de autoriteiten, maar je kunt niet één enkel klein onderzoekje produceren om die vergissing knoeterhard aan te tonen. Vreemde psychopathologen daar in Nijmegen. En is het dan niet wat vreemd dat Moleman ook nog directeur is van een eigen bedrijf op het gebied van psychofarmaca?

Wat voor argumenten presenteert Moleman dan wel?

1. Het misverstand is in de wereld gekomen doordat de autoriteiten in de VS en Engeland gingen waarschuwen tegen het gebruik van ssri's door kinderen. Uiterst domme autoriteiten inderdaad, want je moet natuurlijk niet zo maar gaan waarschuwen. Ze hadden vermoedelijk eerst met Moleman moeten praten. Maar erger nog: Moleman durft ook helemaal niet te claimen dat die autoriteiten zo maar gingen waarschuwen. Dat is ook moeilijk voorstelbaar, omdat je in de VS dan zo een eis tot schadevergoeding aan je broek hebt hangen. En verder hebben we het hier niet over 2 derde-wereld landen waar de autoriteiten op dit gebied nog wel eens merkwaardig willen beslissen, maar over 2 democratisch gecontroleerde hoog-ontwikkelde Westerse landen. En tenslotte is het moeilijk voorstelbaar dat zo'n volstrekt "verkeerde" beslissing dan opeens in twee landen tegelijkertijd wordt genomen. Ik zie dus nog steeds niet duidelijk waarom die autoriteiten zich zo vreselijk vergist zouden moeten hebben.

2. Maar het betoog van Moleman wordt nog gekker. "Nu, vier jaar later, zijn in Nederland bij alle antidepressiva waarschuwingen opgenomen dat ze suïcidale gedachten kunnen verergeren in het begin van de behandeling." Ook de Nederlandse autoriteiten zijn dus helemaal in de war. Wel, mij lijkt die informatie eerlijk gezegd geen opwekkend nieuws. Een kind ziet het niet meer zitten. Iets wat min of meer bij het leven hoort. De dokter schrijft opgewekt een pilletje voor. En het kind gaat tot een actie over die zich niet meer terug laat draaien. Jammer, maar het was nog maar het begin van de behandeling, zegt de arts. Dan is dat heel normaal. Leuk, voor de ouders die daar 15 jaar alles voor opzij hebben gezet. Leuk, voor het kind dat er niet meer is. En volstrekt onnodig en overbodig. Wat je wist, dat dit het resultaat kon zijn.

3. Ja, maar het goede nieuws, volgens Moleman, is dat deze middelen op een enkele uitzondering na "niet absoluut" worden afgeraden. Tja, dat is ook een standpunt. We weten dat deze middelen uiterst gevaarlijk zijn, maar zo lang ze niet absoluut afgeraden worden door de registratie-autoriteiten, blijven we ze gewoon lekker voorschrijven. Iedere dag 3 hamburgers, is niet echt gezond. Maar waarom zou je het niet doen zo lang ze niet volledig verboden zijn? Moleman draait het helemaal om.

4. "Bovendien zijn antidepressiva en dan vooral ssri's bij kinderen en jeugdigen met angststoornissen uiterst effectief." Dat stelt Moleman. Maar waar is het onderzoek? Waar baseert hij dit op? Opnieuw geen onderzoek. Opnieuw geen verwijzing. Het is gewoon zo omdat professor Moleman het zegt. Wel, zo bedrijven ze misschien wetenschap op zijn afdeling, maar niet in de rest van de wereld.

5. Niet alleen de autoriteiten in de VS en Engeland zijn helemaal de kluts kwijt, volgens Moleman, ook het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid. Collega Treffers fulmineert daarin met anderen tegen de farmaceutische industrie. Professor Moleman, die zelf volstrekt het idee mist dat hij met verwijzingen naar onderzoek moet komen voor zijn verstrekkende beweringen, vindt: "de publicaties van een bedenkelijk wetenschappelijk niveau."

6. Maar misschien komt dat allemaal wel doordat de feiten zo moeilijk te interpreteren zijn, schrijft Moleman. Wel, uit het verhaal van Moleman valt dat tot nu toe niet echt op te maken. De autoriteiten in de VS, Engeland, Nederland en Nederlandse collega's lijken het in grote lijnen allemaal eens te zijn. Het probleem is dus kennelijk niet dat de feiten lastig te interpreteren zijn, maar dat Moleman een andere conclusie wil hebben dan de autoriteiten en zijn collega's trekken.

7. Vervolgens komt Moleman met een volgend bijzonder argument. De autoriteiten waarschuwen wel voor het gebruik door kinderen bij depressies. Maar ze waarschuwen niet voor het gebruik bij angststoornissen, omdat de middelen daar niet voor geregistreerd zijn. Maar daar zijn ze nu juist "uiterst effectief" voor, aldus Moleman. Let wel: deze middelen zijn niet geregistreerd voor het gebruik bij angststoornissen. Ik zou dan denken dat je ze daar ook beter niet voor kunt gebruiken en zeker niet bij kwetsbare kinderen. Je gaat met het vaatwasmiddel toch ook niet de auto wassen? En dan nog: een auto is vervangbaar, een kind niet. En de claim dat deze middelen daar juist zo effectief voor zijn, is ook dubieus. Opnieuw geen enkel onderzoek. Moleman stelt het, maar op basis waarvan, blijft volstrekt onduidelijk.

8. De registratie-autoriteiten wijzen erop dat de effectiviteit van antidepressiva bij kinderen met depressies niet is "bewezen." Dat betekent, volgens Moleman niet, dat ze onwerkzaam zijn. Kun je dan niet beter een sinaasappel voorschrijven?, vraag ik me af. Ook daarvan is de effectiviteit bij kinderen tegen depressies niet bewezen. Het kan dus best zijn, dat het werkt. Als we deze manier van redeneren zouden volgen, zouden we ongeveer ieder middel tegen alle mogelijke kwalen kunnen inzetten. Het is immers niet aangetoond dat het niet werkt. Je gaat bijna denken dat Moleman een geheim middel heeft geslikt, dat uiterst effectief is voor het ontwikkelen van vreemde denkbeelden. En straks moeten we dat middel aan onze kinderen geven, omdat het niet aangetoond is, dat het niet werkt tegen snoeplust. En dus zou het best kunnen werken!

9. In mijn vorige notitie over antidepressiva werd duidelijk dat de effectiviteit vrijwel ontbreekt. Wat zegt Moleman? "Antidepressiva behoren tot de meest effectieve geneesmiddelen waarover artsen beschikken." Wel, zo erg is het gelukkig niet. Ik denk dat de antibiotica tot nu toe een goed voorbeeld waren van een middel dat heel veel levens heeft gered. Maar de antidepressiva zijn een totaal ander verhaal.

10. Volgens Moleman is de kans op suïcide bij onbehandelde depressies en angststoornissen groot. Hij geeft opnieuw geen onderzoek. Ik geloof hem ook hier niet, omdat erg veel mensen van tijd tot tijd depressief zijn in Nederland, maar het uiteindelijke aantal zelfmoorden in verhouding tot die gigantische groep relatief klein is. Overigens pleit ik er niet voor om depressies niet te "behandelen", maar cognitieve therapie, beweging en visolie hebben --voorzover ik nu weet-- meer effect. En die term "behandelen" zou in dit verband verboden moeten worden, want het veronderstelt een passieve patient die door de arts behandeld wordt. Maar een depressie is in de meeste gevallen niet een ziekte of een conditie, maar iets dat de "patient" zelf doet. Dus niet de arts lost de depressie op, maar de betrokkene moet zelf zijn gedachten en denkbeelden veranderen.

11. Tenslotte geeft Moleman nog toe dat antidepressiva in sommige gevallen en vooral bij jeugdigen zelfmoord opleveren. Maar dat is zo zeldzaam, vindt hij, dat wanneer je het afzet tegen het grote aantal kinderen dat dankzij antidepressiva geen zelfmoord heeft gepeegd... Opnieuw ontbreekt onderzoek en maakt Moleman niet duidelijk hoe hij zo'n bewering precies kan verantwoorden. Hij schrijft "Ik schat dat...." Ja, maar misschien schat ik wel iets totaal anders. Als wetenschappers willen we in dit soort gevallen toch graag echt iets meer dan een mening. Moleman als hoogleraar en als psychopatholoog zou dat moeten weten.

In feite is het artikel van Moleman heel stellig. Antidepressiva voor kinderen moeten gewoon. Maar onderzoek om dat echt te onderbouwen, ontbreekt volledig. In feite is het artikel één lange promotalk voor antidepressiva bij kinderen, maar zonder deugdelijke onderbouwing.

Ik vind dit artikel een blamage voor de wetenschap en een blamage voor de Radboud Universiteit. Dat De Volkskrant haar lezers zo'n misleidend artikel over zo'n gevaarlijk onderwerp durft voor te schotelen is triest. Je zult maar het depressieve kind zijn van ouders die dit artikel lezen en niet in staat waren door de bovenlaag heen te prikken.

Is Moleman dan zo ondeskundig op het gebied van onderzoek en antidepressiva? Even goochelen leert dat dat absoluut niet het geval kan zijn. Integendeel, hij is betrokken geweest bij een heel aantal onderzoeken en publicaties en weet ongetwijfeld behoorlijk wat van antidepressiva. Waarom dan toch zo'n merkwaardige stellingname tegen beter weten in? Hierboven zei ik het al. Het artikel leest als een grote promotalk, als een reclamefolder. Moleman is niet alleen (buitengewoon) hoogleraar, maar ook directeur van Moleman Psychofarmacologie. Voor zijn inkomsten is hij dus voor een groot deel afhankelijk van wat dit bedrijf oplevert. Het bedrijf wordt gepresenteerd als een "kenniscentrum" en biedt cursussen aan voor artsen, psychiaters, etc. op het gebied van psychofarmaca en begeleidt onderzoek. Maar wie betaalt dat allemaal?

Tenslotte vind ik als einde van een door Moleman ingezonden commentaar op een wetenschappelijk artikel de volgende passage (hier):
"Competing interests: Speaker fees, consultancy fees or research funding: Astra Zeneca, Boehringer-Ingelheim, Bristol-Myers-Squibb, Eli-Lilly, GlaxoSmithKline, ICN, Janssen, Lundbeck, Organon, Pfizer, Solvay-Duphar, Synthon, Wyeth".
Wel, dat is inderdaad een indrukwekkende lijst. Ook wanneer je hem vergelijkt met die van andere farmacologen die op het desbetreffende artikel reageerden. Moleman is voor zijn inkomsten voor een groot deel afhankelijk van de farmaceutische industrie. Hier geldt letterlijk de oude volkswijsheid: wiens brood men eet, wiens woord men preekt.

Dat de farmaceutische industrie reclame wil maken voor dit soort winstgevende, maar ook gevaarlijke en niet-effectieve middelen valt misschien te begrijpen. Ondertussen is die reclame letterlijk levensgevaarlijk voor jonge kinderen en niet als zodanig herkenbaar doordat het in de vorm is gegoten van een opinie-artikel. Dat die reclame gemaakt wordt onder de vlag van de Radboud Universiteit Nijmegen is uiterst kwalijk. Bepaalde zaken gaan nu eenmaal niet samen. Door die universitaire vlag krijgt het geheel volledig onverdiend een wetenschappelijk tintje dat volstrekt niet op haar plaats is. En dat een krant als De Volkskrant meewerkt aan de gratis verspreiding van die reclame is natuurlijk volstrekt verwerpelijk. Hoeveel ouders denken door dit artikel nu dat ze hun kind dat in een dip zit toch maar beter antidepressiva moeten geven? Wordt het niet de hoogste tijd om in actie te komen tegen dit soort misleidende reclame?